Van Dettifoss naar Ásbyrgi
Na het bezoek aan de Dettifoss en Hafragilsfoss zijn we via weg 864 verder gereden in noordelijke richting. Het deel van deze weg ten noorden van Dettifoss is minder slecht dan het zuidelijk deel vanaf de ringweg. Na nog eens 30 km hobbelen waren we wel blij dat we de brug over de Jökulsá á Fjöllum naderden.
Vanaf hier hadden we een normale weg tot onze eindbestemming van de dag.
Ásbyrgi in het Jökulsárgljúfur National Park
Ásbyrgi (Godenburcht) is een kloof met steile rotswanden tot een hoogte van wel 100 m. De kloof heeft de vorm van een paardenhoef. Het zou een afdruk zijn van Sleipnir het achtbenige paard van de vikinggod Oðin, dat op een dag struikelde en met een hoef op Noord-IJsland terechtkwam. Waarschijnlijker is de verklaring dat de kloof is ontstaan door enorme vloedgolven in de Jökulsá á Fjöllum die het gevolg waren van vulkaanuitbarstingen onder de Vatnajökull. De Jökulsá-rivier is een gletsjerrivier die bij de Vatnajökull begint. De loop van de rivier is een paar keer gewijzigd. De rivier stroomt nu ten oosten van Ásbyrgi.

Je kon in de kloof een paar korte (en ook langere) wandelingen doen. Het was een van de weinige plaatsen in IJsland waar we een wandelpad aantroffen met links en rechts bomen.
Aan het eind van de kloof ligt een adembenemend mooi meertje. Maar misschien kwam dat ook wel door het prachtige weer. Zon, een lekker temperatuurtje en weinig wind. Veel beter dan dit kun je het in IJsland niet krijgen.




Smient
In het meertje zat een groep eenden. Op grond van de foto's in onze IJslandse vogelgids moet het om de smient gaan. Deze eenden komen 's winters ook in grote getalen in Nederland voor. Ze broeden meestal in meer noordelijke streken, waaronder IJsland. Ik twijfel een beetje omdat het dan allemaal vrouwtjes waren. Volgens de vogelgids kunnen het ook mannetjes in de rui zijn. In de ruiperiode direct na het broedseizoen zijn de mannetjes en vrouwtjes moeilijk van elkaar te onderscheiden.Het schiereiland Tjörnes
We hebben onze route vervolgd langs de kust van Tjörnes in het noorden van IJsland. Je hebt hier op veel plekken uitzicht op de Noordelijke ijszee die ook wel Arctische Oceaan wordt genoemd.De zee tussen Groenland en IJsland heet Straat Denemarken. Het is niet heel duidelijk waar die stopt en waar de Noordelijke IJszee begint. Het mag dan allemaal erg koud klinken, op deze augustusdag viel het allemaal reuze mee. Afgezien van de sterke wind langs de kust was het prima weer.


Onze rit over dit schiereiland eindigde in de buurt van Húsavík.


Húsavík
Húsavík is het grootste dorp op het schiereiland Tjörnes. De meeste mensen bezoeken het stadje omdat van hieruit de walvisexcursies starten. Omdat we al een paar keer eerder zo'n excursie hebben gedaan hebben we dat hier overgeslagen. Ze hebben zichzelf uitgeroepen tot walvishoofdstad van Europa. Een paar jaar eerder werden we in Noorwegen gelokt met de 'beste walvissafari's van de wereld'.Wij hebben twee keer een walvissafari gedaan, een fantastische safari voor de Amerikaanse oostkust bij Boston en een buitengewoon teleurstellende in Noorwegen.
In Húsavík heb je ook nog een opmerkelijk museum: het Reðasafn Islands ofwel het IJslands fallologisch museum. Hier verzamelt men fallussen van alle land- en zeezoogdieren die in IJsland voorkomen.
Wij zijn alleen maar door Húsavík heengereden. Dat kost je ongeveer 2 minuten. Daarna zijn we via weg 87 naar Reykjahlið bij het Mývatn meer gereden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten